ballerina
Uiterlijk
- bal·le·ri·na
- Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘balletdanseres’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1875 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ballerina | ballerina's |
| verkleinwoord | ballerinaatje | ballerinaatjes |
de ballerina v
- een balletdanseres
- ▸ Als een verweerde ballerina of een standbeeld op een vergeten binnenplaats waar iets schoons maar ook meelijwekkends in verscholen ligt, balanceert ze op één been, met haar voet steunt ze tegen haar kuit.[2]
- een damesschoen zonder sluiting en zonder hak
- Het woord ballerina staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ballerina" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "ballerina" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be