baisser

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: baiser

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
baisser
baissais
baissé
eerste groep volledig

Werkwoord

baisser

  1. overgankelijk naar beneden doen
    «Baisser les glaces d’une voiture.»
    De ramen van een auto naar beneden doen.
  2. wederkerend se ~: bukken
  3. onovergankelijk dalen

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 18 januari 2021 Weblink bron baisser in: TLFi, Le Trésor de la langue française informatisé (1971–1994) op cnrtl.fr