badet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: bådet

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·det
Naar frequentie 5339

Werkwoord

har badet

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bade

Zelfstandig naamwoord

badet

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van bad


Duits

Woordafbreking
  • ba·det

Werkwoord

badet

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van baden

badet

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van baden

badet

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van baden

badet

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd gebiedende wijs van baden


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·det
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord van het Noorse werkwoord bade met het achtervoegsel -t
Naar frequentie 1905
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud badet
o enkelvoud badet
meervoud badede
badete
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
badede
badete

Bijvoeglijk naamwoord

badet

  1. gebaad
Schrijfwijzen

Werkwoord

badet

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bade
Schrijfwijzen

Werkwoord

har badet

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bade
Schrijfwijzen

Werkwoord

badet

  1. voltooid (verleden) deelwoord van bade
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

badet

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van bad


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·det

Zelfstandig naamwoord

badet

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van bad


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·det
Naar frequentie 8482

Zelfstandig naamwoord

badet

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van bad