backbencher

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • back·ben·cher
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord backbencher backbenchers
verkleinwoord backbenchertje backbenchertjes

Zelfstandig naamwoord

backbencher m

  1. een parlementslid zonder bijzondere verantwoordelijkheden
    • We kiezen de eerste politicus, al is het maar een backbencher. 
Antoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders
54 % van de Vlamingen.

Meer informatie