baanwielrenner
Uiterlijk
- Geluid: baanwielrenner (hulp, bestand)
- IPA: / 'banwilrɛnər / (4 lettergrepen)
- baan·wiel·ren·ner
- samenstelling van baan en wielrenner
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | baanwielrenner | baanwielrenners |
| verkleinwoord | baanwielrennertje | baanwielrennertjes |
de baanwielrenner m
- (wielrennen) iemand die aan baanwielrennen doet
1. iemand die aan baanwielrennen doet
- Het woord baanwielrenner staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Wielrennen in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal