baaierd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • baai·erd
enkelvoud meervoud
naamwoord baaierd baaierds
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

baaierd m

  1. ongevormde massa voor de schepping, waaruit de geordende aarde ontstaan is
  2. verwarring, warboel, woelige massa
    • Er brak brand uit en het huis veranderde in een baaierd van vlammen. 
    • Op de spiegel van de Blauwe Wierenzee zat, als een uit de baaierd van het water overgebleven restant, een vreemd wezen.[1] 
  3. doorgangsgevangenis
Synoniemen

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders
24 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 55

Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

baaierd

  1. chaos