autocraat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·craat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord autocraat autocraten
verkleinwoord autocraatje autocraatjes

Zelfstandig naamwoord

autocraat m

  1. (politiek) iemand die de alleenheerschappij voert
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie