autoband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord autoband autobanden
verkleinwoord autobandje autobandjes

Zelfstandig naamwoord

autoband m

  1. (verkeer) een band voor een auto.
    • De autoband was lek geraakt en werd vervangen door de reserveband. 
     Dieper water, drijvende autobanden en twee glijbanen werden optimaal benut door luidruchtige tieners.[1]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be