winterband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • win·ter·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord winterband winterbanden
verkleinwoord winterbandje winterbandjes

Zelfstandig naamwoord

winterband m

  1. een autoband die in de winter gebruikt wordt, vanwege betere grip met het profiel en afgestemd is op wintertemperaturen.
    • In de bandenwisselweek werden de winterbanden vervangen door zomerbanden. 
Antoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie

Gangbaarheid