astrologe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·tro·lo·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord astrologe astrologen, astrologes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

astrologe v

  1. (beroep) een beoefenaarster van de astrologie
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie