aroom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aroom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aroom aromen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aroom o

  1. (voeding) (aangename) geur van spijzen, dranken, genotmiddelen enz
  2. (voeding), (specerij), (kruid), (kookkunst) stof die smaak en geur aan spijzen etc. geeft

Gangbaarheid

21 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be