aroma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aro·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Grieks
  • [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord aroma aroma's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aroma o

  1. (voeding) (aangename) geur van spijzen, dranken, genotmiddelen enz
    Toen ik thuis kwam rook ik direct het heerlijke aroma van het eten.
  2. (voeding), (specerij), (kruid), (kookkunst) stof die smaak en geur aan spijzen etc. geeft
    Op de verpakking van kant-en-klaarmaaltijden kun je lezen welke aroma's gebruikt werden. Hiervoor moet je kijken onder het kopje geur- en smaakstoffen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Grieks
enkelvoud meervoud
aroma aromas

Zelfstandig naamwoord

aroma

  1. (voeding) aroma, geur
    «The wine has a fruity aroma
    De wijn heeft een fruitig aroma.
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • hammy aroma
een hamachtig aroma
  • heady aroma
een bedwelmend aroma
  • nutty aroma
een nootachtig aroma
  • toasty aroma
een aroma naar geroosteerde stoffen
Uitdrukkingen en gezegden
  • to develop the aroma
het aroma ontvouwen
  • to give aroma to something
aromatiseren, geur geven aan


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • aro·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Grieks
Naar frequentie 26224
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   aroma     aromaen     aromaer     aromaene  
genitief   aromas     aromaens     aromaers     armrommenes  

Zelfstandig naamwoord

aroma, m

  1. (voeding) aroma, geur
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • aro·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Grieks
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   aroma     aromaen     aromaar
aromaer  
  aromaane
aromaene  

Zelfstandig naamwoord

aroma, m

  1. (voeding) aroma, geur
Verwante begrippen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·ro·ma
enkelvoud meervoud
aroma aromas

Zelfstandig naamwoord

aroma m

  1. (voeding) aroma, geur
Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /arɔma/


Woordafbreking
  • aro·ma

Zelfstandig naamwoord

aroma o

  1. aroma; (typische, sterke, aangename) geur
  2. (voeding) aroma; stof die smaak en geur aan spijzen etc. geeft
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Verwijzingen