argus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·gus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord argus argussen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

argus m

  1. (dierkunde) afhankelijk van de context gebruikt als benaming voor een dier dat met op ogen lijkende vlekken is bedekt
    1. (vogels) argusfazant Argusianus argus op Wikispecies
    2. (weekdieren) argushoorn Cypraea argus op Wikispecies
    3. (vlinders) arguskapel of argusvlinder Lasiommata megera op Wikispecies
    4. (vogels) argusnachtzwaluw Eurostopodus argus op Wikispecies
    5. (vissen) argusvis Scatophagus argus op Wikispecies
    6. (wormen) argusworm Polyophthalmus op Wikispecies

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen