aprilvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • april·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aprilvis aprilvissen
verkleinwoord aprilvisje aprilvisjes

Zelfstandig naamwoord

aprilvis m [2]

  1. een grap die op 1 april wordt gemaakt
    • De 1 aprilgrap is een wereldwijd fenomeen. Fransen kennen 'Poisson d'avril', Vlamingen 'een 1 aprilvis', Engelsen en Amerikanen 'April Fool's Day'. [3] 
    • De aprilvis is met uitsterven bedreigd. Jarenlang was het traditie: 1 april in het tv-journaal of in de krant. Maar anno 2018 doen de media niet meer mee. Hoe moet het nu verder met de aprilvis? Kamagurka voorspelt het. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen