anzünden
Uiterlijk
- an·zün·den
| Naar frequentie | 7845 |
|---|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| anzünden |
zündete an |
angezündet |
| zwak | volledig | hulpwerkwoord: haben |
anzünden
- overgankelijk aanmaken, doen branden
sich anzünden + datief
- wederkerend zich iets aansteken
sich anzünden + accusatief
- wederkerend zichzelf aansteken
Categorieën:
- Woorden in het Duits
- Woorden in het Duits van lengte 8
- Woorden in het Duits met audioweergave
- Woorden in het Duits met IPA-weergave
- Voorvoegsel an- in het Duits
- Zwak werkwoord in het Duits
- Scheidbaar werkwoord in het Duits
- Werkwoord in het Duits
- Overgankelijk werkwoord in het Duits
- Werkwoord met de datief in het Duits
- Wederkerend werkwoord in het Duits
- Werkwoord met de accusatief in het Duits