antiflogisticum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·flo·gis·ti·cum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord antiflogisticum antiflogistica
verkleinwoord antiflogisticumpje antiflogisticumpjes

Zelfstandig naamwoord

antiflogisticum o

  1. (medisch) (farmacologie) een middel dat ontsteking tegengaat
    • [Er] bestaat in de tandheelkunde behoefte aan een veilig en effectief antiflogisticum. [1]
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. p509. Mondziekten en kaakchirurgie By B Stegenga, A Vissink, A Ballast Illustrated by E.G.C. van Ommen Contributor A Ballast Published by Uitgeverij Van Gorcum, 2000 ISBN 9023235002, ISBN 9789023235002 573 pages