anoniem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ano·niem
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘naamloos’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • met het voorvoegsel an- met het achtervoegsel -oniem [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen anoniem anoniemer anoniemst
verbogen anonieme anoniemere anoniemste
partitief anoniems anoniemers -

Bijvoeglijk naamwoord

anoniem

  1. naamloos
    • Er werd een anonieme brief in de krant geplaatst. 
  2. karakterloos
     Hier was geen interior designer aan het werk geweest met een efficiënt, anoniem ontwerp, maar had een overdaad aan geschiedenis een wanhopig zuchtende overdaad aan weelderige sporen achtergelaten.[3]
Antoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen