ambivalentie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·bi·va·len·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ambivalentie ambivalenties
verkleinwoord ambivalentietje ambivalentietjes

Zelfstandig naamwoord

ambivalentie v, -s

  1. twee verschillende waarden of mogelijkheden hebbende
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie