ambitieus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·bi·ti·eus
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ambitieus ambitieuzer ambitieust
verbogen ambitieuze ambitieuzere ambitieuste
partitief ambitieus ambitieuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

ambitieus

  1. vol van de wens en het vertrouwen om iets te bereiken
    • De ambitieuze zakenman werd met tegenslagen geconfronteerd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen