alsof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • als·of
Woordherkomst en -opbouw

Voegwoord

alsof

  1. luidt een vergelijking in
    • Alsof de zon plotseling achter de wolken vandaan gekomen was, zo klaarden alle gezichten op toen hij het goede nieuws vertelde. 
     Hier en daar gaat het wel even heuvelaf, maar het is te kort om nieuwe energie te verzamelen. Verderop is een ruime zwier omhoog naar rechts, dit is wat renners een moordenaar noemen. Maar het lijkt er ook op dat zich daar de bevrijding aandient. Een strakblauwe hemel domineert in het blikveld, het is alsof de sparren respectvol uit zicht blijven. De weldaad van een kale vlakte volgt.[1]
  2. als iets niet is wat het lijkt
    • De teleurgestelde ouders deden alsof ze heel tevreden waren met de prestatie van hun kind. 
     Hardangervidda. De Spoorlijn Bergen. Daar was zijn ingenieursleven begonnen toen hij nog niet meer dan een groentje was en nu tegen het einde van dat beroepsleven was het alsof hij weer opnieuw moest beginnen.[2]
     'Weet je wat mijn kleine meisje Helene heeft uitgespookt?' 'Jazeker, ze is natuurlijk zwanger geraakt,' zei hij met een vermoeid gezicht alsof het compleet vanzelf sprak.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  2. 2,0 2,1 Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be