alsof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • als·of

Voegwoord

alsof

  1. luidt een vergelijking in
    Alsof de zon plotseling achter de wolken vandaan gekomen was, zo klaarden alle gezichten op toen hij het goede nieuws vertelde.
  2. als iets niet is wat het lijkt
    De teleurgestelde ouders deden alsof ze heel tevreden waren met de prestatie van hun kind.
Vertalingen