allooi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·looi
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘innerlijk gehalte’ voor het eerst aangetroffen in 1360 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord allooi allooien
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

allooi o

  1. (verouderd) vaste oplossing van metalen
    • Elektrum is een allooi van zilver en goud. 
  2. (hoog) gehalte aan bijvoorbeeld goud, samenstelling, waarde, vaak overdrachtelijk
    • Dit is dichtkunst van allooi. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Lieden van laag allooi.
Mensen met een twijfelachtige reputatie, geboefte, uitschot, misdadigers

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen