allergisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ler·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen allergisch allergischer
verbogen allergische allergischere
partitief allergisch allergischers -

Bijvoeglijk naamwoord

allergisch

  1. (medisch) overgevoelig
    Hij is allergisch voor zuivelprodcuten.
  2. (medisch) van overgevoeligheid getuigend
    Een allergische reactie op medicijnen.
  3. (figuurlijk) afkerig, wars
    Ik ben allergisch voor dit gedrag.
Vertalingen

Meer informatie