allengs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·lengs
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: langzamerhand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1615 [1]

Bijwoord

allengs

  1. geleidelijk over een langere tijd
    • Het Byzantijnse Rijk werd allengs afhankelijker van de Venetianen. 
    • Het werd allengs warmer door de klimaatverandering. 
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen


Limburgs

Uitspraak

Bijwoord

allengs

  1. (Hooglimburgs) allengs
    «'t Riek Biezentjöms waerdje-n allengs aafhenkeliker ven g'r Veneesjerer.»
    Het Byzantijnse Rijk werd allengs afhankelijker van de Venetianen.