all-in

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • all-in; verkorting van all-inclusive
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘alles, iedereen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1971 [1]
  • uit het Engels [2]

Bijwoord

all-in

  1. alles inbegrepen, zonder bijkomende kosten
    • De Hoge Raad oordeelde twee jaar geleden dat aanbieders van telefoniediensten jarenlang de wet overtraden door te werken met all-in-prijzen, waarbij het toestel 'gratis' werd aangeboden. [3] 
    • Wie: Barry (42) en Nancy Wustenhoff (42), Amsterdam Naar: Varadero, Cuba Accommodatie: all-inclusive resort Tijd: 9 dagen Reden: vakantie [4] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen