akkefietje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ak·ke·fiet·je
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn aqua vita[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord akkefietje akkefietjes

Zelfstandig naamwoord

akkefietje o dim. tant.

  1. (informeel) lastig werk, karweitje
  2. een storend voorval, een ruzietje
    • Zij hadden een akkefietje op het werk. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen