akkefietje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ak·ke·fiet·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord akkefietje akkefietjes

Zelfstandig naamwoord

akkefietje o dim. tant.

  1. een storend voorval, een ruzietje
    Zij hadden een akkefietje op het werk.
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie