afvalberg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·val·berg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afvalberg afvalbergen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

afvalberg m

  1. een berg gemaakt van afval
    • Bij het instorten van een afvalberg aan de rand van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba zijn zeker 46 doden gevallen. Dat meldt persbureau AFP. Er zouden nog tientallen vermisten zijn. Het is dus niet ondenkbaar dat het dodental nog flink oploopt. 37 mensen zijn tot nu toe gered.[1] 
  2. de totale hoeveelheid afval die in Nederland geproduceerd wordt
    • Metselaar Aad Jongejan (64) kijkt na 45 jaar in het vak niet snel meer ergens van op, maar de beige bakstenen die hij sinds een week in de Gouvernestraat met specie aan elkaar plakt, deden hem wel even met de ogen knipperen. „Ze zitten aan de zijkant vol witte spikkels, de resten van oude toiletpotten en ander sloopafval uit de keramische-, glas- en isolatieindustrie. Dat maakt de bakstenen iets zwaarder dan de standaard WF-metselstenen maar ik vind ze een mooie aanvulling op het gebruikelijke materiaal. Zo helpen we de afvalberg slinken”, grijnst de bouwvakker terwijl hij onverdroten doorwerkt.[2]  
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Casper van der Veen Joram Bolle 12 maart 2017
  2. NRC Caspar Naber 2 juni 2016