afstoting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·sto·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afstoting afstotingen
verkleinwoord afstotinkje afstotinkjes

Zelfstandig naamwoord

afstoting v

  1. (natuurkunde) een kracht die twee voorwerpen zich van elkaar doet verwijderen
    • Wanneer twee magnetische noordpolen bij elkaar in de buurt komen heeft dat afstoting ten gevolge. 
  2. (medisch) een proces van vernietiging waaraan een lichaamsvreemd voorwerp door het immuunsysteem onderworpen wordt
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie