afkomstig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·kom·stig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen afkomstig
verbogen afkomstige
partitief afkomstigs

Bijvoeglijk naamwoord

afkomstig

  1. komende van/uit
    • Hij is afkomstig uit Polen 
    • Hij is afkomstig uit zijn huis en gaat naar zijn werk. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • afkomstig zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.