afgestudeerde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·stu·deer·de

Bijvoeglijk naamwoord

afgestudeerde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van afgestudeerd
enkelvoud meervoud
naamwoord afgestudeerde afgestudeerden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

afgestudeerde

  1. persoon die een opleiding met succes heeft afgerond
    De afgestudeerden kregen van de de directeur hun diploma uitgereikt.