affluiten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·flui·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
affluiten
/'ɑflʌʏtə(n)/
floot af
/flot 'ɑf/
afgefloten
/'ɑf.xə.flo.tə(n)/
klasse 2 volledig

Werkwoord

affluiten

  1. overgankelijk een spel met een fluitsignaal tot stilstand brengen
    • Die gemene overtreding werd onmiddellijk afgefloten. 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.