affär

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·fär

Zelfstandig naamwoord

affär g

  1. winkel
    «Jag skall till affären för att köpa mjölk.»
    Ik zal naar de winkel gaan om melk te halen.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   affär     affären     affärer     affärerna  
genitief   affärs     affärens     affärers     affärernas  
Verwante begrippen