adventist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

William Miller oprichter van het adventisme
Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·ven·tist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord adventist adventisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

adventist m

  1. (religie) aanhanger van het adventisme een in 1831 door W. Miller gesticht protestants-christelijk kerkgenootschap, waarin de spoedige wederkomst van Christus centraal staat
    • Wat moet Donald Trump aanhouden als hij adventist Carson niet vertrouwd? Trump is aanhanger van het Presbyterianisme, maar heeft door uitspraken over vluchtelingen veel krediet verloren. [2] 
    • Het is natuurlijk niet zo vreemd dat Ryrie (1971), hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Durham, voor dit overzichtswerk op zoek ging naar een gemeenschappelijke karaktertrek, aangezien je protestanten natuurlijk in alle denkbare soorten en maten hebt. Lutheranen, anabaptisten, anglicanen, calvinisten, arminianen, methodisten, presbyterianen, quakers, shakers, adventisten, zevendedagsadventisten, baptisten, congregationalisten, Moravische broeders, unitariërs, leden van de Pinksterbeweging – het aanbod is schier eindeloos, en alleen al in Nederland, waar in 2004 de grootste kerken samengingen in de Protestantse Kerk in Nederland, zijn er maar liefst veertien officiële protestantse kerkgenootschappen. [3] 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen