adoriri

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˌadɔˈriːrɪ/
Woordafbreking
  • ad·o·ri·ri
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. pass.
1e pers. enk.
ind. perf. pass.
ădŏrīri ădŏrĭor ădŏrtus sum
vijfde vervoeging volledig deponent

Werkwoord

ădŏrīri

  1. oprijzen
  2. aanvallen, overvallen
  3. zich wenden (tot)
  4. ondernemen, aanvatten, aanpakken