achterweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterweg achterwegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

achterweg m [1]

  1. een afgelegen weg die minder goed begaanbaar is

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen