achterstallig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·stal·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen achterstallig achterstalliger achterstalligst
verbogen achterstallige achterstalligere achterstalligste
partitief achterstalligs achterstalligers -

Bijvoeglijk naamwoord

achterstallig

  1. niet op tijd, iets wat je eerder had moeten doen
    • Hij moet nog achterstallige betalingen uitvoeren. 
    • De leerling moest zijn achterstallig huiswerk ook nog maken. 
     Het zal u zijn opgevallen dat het hotel hier en daar sporen vertoont van achterstallig onderhoud. We hebben nu eenmaal niet zoveel gasten meer als vroeger. Ook daaraan wil meneer Wang iets doen. Hij streeft naar een volle bezetting.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen