Naar inhoud springen

achterover

Uit WikiWoordenboek
  • ach·ter·over

achterover

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in achterwaartse richting
     ' Ik leun tevreden achterover en kijk hoe haar gezicht verandert van bozig naar angstig.[1]
  2. achterover slaan: in een keer een glas met een alcoholische drank opdrinken
     Nadat we de grappa achterover hebben geslagen, sta ik met Lot en Bibi Eros Ramazzotti van de dakrand te schreeuwen.[1]
     Bibi gooit een groen sapje achterover.[1]


99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. 1 2 3
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be