achteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van achter met het achtervoegsel -en.

Bijwoord

achteren

  1. van ~ aan de achterzijde, vanaf de achterzijde
    • Het huis is van achteren opnieuw geverfd. 
    • De agent werd van achteren aangevallen. 
  2. naar ~ in achterwaartse richting
    • Zij kamde haar haar naar achteren. 
  3. van voren tot achteren: geheel en al
    • Het schip werd van voren tot achteren overspoeld door de plotselinge golf. 
  4. (verouderd) ten ~: achterlijk, achterlopend
    • Deze klok loopt ten achteren. 
    • Gij zijt ten achtren, Roen! Schud af die malle droomen![1] 
Antoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Nicolaas Beets: in het gedicht Nog ten achteren
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Achterhoeks

Bijwoord

achteren

  1. achteren


Nedersaksisch

Bijwoord

achteren

  1. achteren
Schrijfwijzen