approval
Uiterlijk
- Geluid: approval (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /əˈpruːvl̩/
- ap·prov·al
- Afgeleid van het Latijnse werkwoord approbare (ap + probare).
- Engels zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel ap- en met het achtervoegsel -al.
| Naar frequentie | 2187 |
|---|
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| approval | approvals |
approval
- acclamatie, applaus, bijval, bijvalsbetuiging, fiat, goedkeuring, instemming, toejuiching, toestemming