academisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aca·de·misch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen academisch academischer
verbogen academische academischere
partitief academisch academischers -


Bijvoeglijk naamwoord

academisch

  1. van of aan een academie
    Hij is academisch geschoold, want hij heeft op de universiteit gezeten.
  2. voor de praktijk minder belangrijk
    Dat is een zo'n academisch probleem dat nooit in de praktijk voorkomt of zal voorkomen.
  3. weinig origineel, schools volgend
    De impressionistische schilders voldeden niet aan het academisch schoonheidsideaal.
Hyponiemen
Spreekwoorden
  • Een academische kwestie.
Een voor de praktijk onbelangrijke kwestie.
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl