academisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aca·de·misch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen academisch academischer
verbogen academische academischere
partitief academisch academischers -

Bijvoeglijk naamwoord

academisch

  1. van of aan een academie
    • Hij is academisch geschoold, want hij heeft op de universiteit gezeten. 
  2. voor de praktijk minder belangrijk
    • Dat is een zo'n academisch probleem dat nooit in de praktijk voorkomt of zal voorkomen. 
  3. weinig origineel, schools volgend
    • De impressionistische schilders voldeden niet aan het academisch schoonheidsideaal. 
Hyponiemen
Spreekwoorden
  • Een academische kwestie.
Een voor de praktijk onbelangrijke kwestie.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl