Naar inhoud springen

academie

Uit WikiWoordenboek
  • aca·de·mie
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘genootschap ter bevordering van wetenschap en kunst, hogeschool’ voor het eerst aangetroffen in 1575

eponiem: van Grieks Akadèmeia, de naam van de filosofenschool van Plato die door hem was gesticht op het gelijknamige terrein, dat naar de Griekse held Akadèmos genoemd was [1][2]

enkelvoud meervoud
naamwoord academie academiën
academies
verkleinwoord academietje academietjes

deacademiev

  1. geleerd genootschap
    • De Koninklijke Nederlandse Academie voor de Wetenschappen is de belangrijkste wetenschappelijke academie van Nederland. 
  2. (onderwijs) een universiteit of hogeschool 'ter beoefening van wetenschappen, letteren of kunst'
    • De socialeacademie en de kunstacademie zijn scholen voor respectievelijk het maatschappelijk werk en de beeldende kunsten 
     Hoe Rafael bij de zeven slapers was beland is een verhaal waardig om hier te vertellen. Op de dag van hun ontmoeting had hij een of andere kunstprijs van de Willem de Kooning Academie gewonnen, en om het te vieren, had hij een meisje van de Rietveld mee uit eten gevraagd (daar haalde hij al zijn liefjes vandaan).[3]
     Hierna worden een paar summiere omzwervingen genoemd, waaronder een kort verblijf in Rome waar ze lid werd van een Frans-Maghrebijns kunstcollectief bestaande uit voornamelijk Algerijnse ballingen, een nooit voltooide opleiding aan de Koninklijke Academie van de Schone Kunsten van Antwerpen waar ze met haar zoon verbleef bij ene familie Shotz, dan weer een jaar of twee tussen Parijs en Marseille om uiteindelijk in 1984 neer te strijken in de Amsterdamse Rivierenbuurt.[3]
  3. (onderwijs) pedagogische academie: opleiding voor onderwijzer of onderwijzeres voor het basisonderwijs.
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]

academie

  1. (onderwijs) academie