academicus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aca·de·mi·cus
enkelvoud meervoud
naamwoord academicus academici
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

academicus m

  1. een mannelijk persoon met een academische opleiding
    Hij was een beroemde academicus op die universiteit.
Verwante begrippen
Vertalingen