academicus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aca·de·mi·cus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord academicus academici
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

academicus m

  1. een mannelijk persoon met een academische opleiding
    • Hij was een beroemde academicus op die universiteit. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen