academica

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aca·de·mi·ca
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord academica academica's
academicae
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

academica v

  1. een vrouwelijk persoon met een academische opleiding
    • Zij was een beroemde academica op die universiteit. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie