abiotisch
Uiterlijk
- abio·tisch
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | abiotisch | abiotischer | |
| verbogen | abiotische | abiotischere | |
| partitief | abiotisch | abiotischers | - |
abiotisch
- (biologie) niet levend, zonder biologische oorsprong
- Het woord abiotisch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "abiotisch" herkend door:
| 60 % | van de Nederlanders; |
| 68 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ abiotisch op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel a- in het Nederlands
- Achtervoegsel -isch in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Biologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 60 %
- Prevalentie Vlaanderen 68 %