abiotisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abi·o·tisch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen abiotisch abiotischer
verbogen abiotische abiotischere
partitief abiotisch abiotischers -

Bijvoeglijk naamwoord

abiotisch

  1. (biologie) niet levend, zonder biologische oorsprong
Vertalingen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Meer informatie