aarzelaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aar·ze·laar
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van aarzelen met het achtervoegsel -aar

enkelvoud meervoud
naamwoord aarzelaar aarzelaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aarzelaar m

  1. iemand die veel twijfelt, een onzeker iemand
    •  

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.