aanvalsteam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vals·team
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanvalsteam aanvalsteams
verkleinwoord aanvalsteampje aanvalsteampjes

Zelfstandig naamwoord

aanvalsteam o

  1. groep mensen die samen als eersten in de voorhoede iets of iemand bestrijden
    • Binnen een minuut hebben ze hun uniformen aan en snelt de brandweerauto met loeiende sirenes de garage uit. Er volgen korte instructies van ploegchef Arno Stuurman. Via de politie is de melding binnen gekomen dat een suïcidale man in zijn flatwoning aan Laan van Kortrijk een gasleiding heeft doorgezaagd. Achterin de brandweerwagen pakken Wendy Kroeze en Daan Holland, de leden van het aanvalsteam, alvast hun maskers en zuurstofflessen. Zij moeten als eerste naar binnen. [1] 
    • Het commando bestond uit een driekoppig 'aanvalsteam', verantwoordelijk voor de eigenlijke aanslag, en een 'sturingsteam', dat het beoogde slachtoffer al geruime tijd in de gaten hield en de aanvallers aanstuurde. [2] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia Bert Hellegers 31-12-17 Met loeiende sirenes door Almelo
  2. Het Parool 15 NOVEMBER 2018 Eisen tot 20 jaar voor poging liquidatie Pjotr R.