aanstrepen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·stre·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanstrepen
streepte aan
aangestreept
zwak -t volledig

Werkwoord

aanstrepen

  1. overgankelijk markeren door middel van een streep
    • Hij streepte de passage aan met zijn potlood. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.