aanschouwbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·schouw·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aanschouwbaar aanschouwbaarder aanschouwbaarst
verbogen aanschouwbare aanschouwbaardere aanschouwbaarste
partitief aanschouwbaars aanschouwbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

aanschouwbaar

  1. duidelijk waarneembaar dus bijvoorbeeld niet alleen maar omschreven met woorden
    • De natuurkunde leraar wist met ijzerpoeder het magnetischveld aanschouwbaar te maken. 
Synoniemen

Gangbaarheid