aanschellen
Uiterlijk
- Geluid: aanschellen (hulp, bestand)
- aan·schel·len
- samenstelling van aan bw en schellen ww
aanschellen [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanschellen |
schelde aan |
aangescheld |
| zwak -d | volledig | |
- aanbellen met de huisdeurbel om binnen gelaten te worden
- Het woord 'aanschellen' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.