aanrechtsubsidie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·recht·sub·si·die
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanrechtsubsidie aanrechtsubsidies
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aanrechtsubsidie v

  1. (financieel) een heffingskorting die men krijgt als de niet werkende partner onvoldoende verdient om te kunnen profiteren van de algemene heffingskorting
    • Huwelijksquotiënt: de aftrek voor niet-werkende partners van kostwinners heet in de volksmond de 'aanrechtsubsidie'. Hieraan sleutelen is niet populair bij de Christen-Unie, want die partij is pleitbezorger van het traditionele gezin, met één ouder die thuisblijft.[1] 
    • De overheid mag de algemene heffingskorting voor de niet-werkende partner in eenverdienersgezinnen, ook wel aanrechtsubsidie genoemd, afbouwen naar nul.[2] 

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Tandaard 17 MAART 2009
  2. de Telegraaf 08 december 2017