Naar inhoud springen

aanmodderen

Uit WikiWoordenboek
  • aan·mod·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanmodderen
modderde aan
aangemodderd
zwak -d volledig

aanmodderen

  1. planloos te werk gaan, halfslachtig te werk gaan
     Na een aantal jaren aanmodderen gingen we uiteindelijk naar een gespecialiseerde kliniek in het West- Duitse Frankfurt am Main waar mama werd ingepland voor een speciale operatie.[1]
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[2]
  1. “Het dossier” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021042503
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be